Sparta30.nl - Informatie


OPRICHTING EN ONTSTAAN SPARTA'30

Hieronder vindt u de geschiedenis van Sparta'30 uit Andel. Dit stuk is geschreven door Arnold van Andel en ook overgenomen uit het jubileumboek van het 75-jarig bestaan van de club.

HET VOETBALVELD

Voor 25 gulden per jaar, inclusief koeienvlaaien...

De club was er, de naam was er maar nu nog het terrein. Dat was een moeilijkheid want wie was er bereid om een stuk weiland af te staan aan een stel opgeschoten jongens die wilden gaan voetballen. Men kwam tenslotte bij de Sluis terecht op een stuk terrein tussen de destijds gegraven Maas, waarin de Wilhelminasluis werd aangelegd, en de arm van de Afgedamde Maas. Zodoende werd de Zandplaat het officiële voetbalveld van Sparta. Dat was echter terrein van de Domeinen en werd verhuurd aan een boer uit Wijk. Die wilde voor een bedrag van fl. 25,00 per jaar wel een stuk verhuren om te voetballen. Dat probleem leek opgelost maar toen de Domeinen er achter kwamen dat de boer een stuk onderverhuurd had, wat niet toegestaan was, kwam er dus een nieuw probleem. Uiteindelijk werd er toch een oplossing gevonden en kon de voetbalclub Sparta rechtstreeks een stuk huren dat als voetbalveld gebruikt kon worden. De boer kon overigens het veld wel blijven gebruiken voor zijn koeien en dat had vaak toch consequenties voor de voetballers. Voor een voetbalwedstrijd moest er altijd eerst tijd genomen worden om het veld vrij te maken van koeienvlaaien. Daar werd echter niet om getreurd. Belangrijkste was dat de mooie en gezellige voetbalsport in clubverband uitgeoefend kon worden. En dat nu al 75 jaar lang.

Een kuil als kleedkamer
Het allereerste kleedlokaal In de periode voor de oorlog kreeg Sparta ook de beschikking over een eenvoudige kleedaccommodatie. Daarvoor was een kuil de plaats waar de kleding van de spelers neergelegd werd. De wasgelegenheid was de Maas. Lang speelde Sparta in de Dordtse (kolen)bond een zomercompetitie. Zodoende kon meermalen toch gebruik gemaakt worden van de Maas om het zand van de lichamen af te spoelen. Verder was het natuurlijk niet ideaal, maar in zulke gevallen breekt nood wet.
Een aparte ruimte voor de scheidsrechter was er ook nog niet en die moest zich dan maar omkleden in de kleedruimte van de thuisspelende ploeg, dus temidden van de Spartanen. Het is mij niet bekend of het wel eens fout is gegaan bij een verkeerde beslissing van de arbiter. Ik denk echter dat men toen gemoedelijker was en meer respect had voor de scheidsrechter dan tegenwoordig.

De bal is rond, toch...?
De ballen waarmee gespeeld moest worden waren in die tijd ook niet alles. Dat waren leren ballen met een opblaasbare binnenbal. Als die ballen ook nog eens nat werden waren het loodzware dingen en dat kwam het spel niet ten goede. De sluiting van de buitenbal bestond uit een veter die strak aangetrokken moest worden. Het was geen pretje om die bal te koppen en als je dan het ongeluk had om net de veter op je hoofd te krijgen was het helemaal prijs. Overigens beschikte een club toen niet over een veelheid van ballen. Meestal waren het maar twee of hoogstens drie ballen. Ging er dan één kapot dan kon het wel eens misgaan en zeker op het terrein van Sparta op de Zandplaat bij de Sluis. Als er op doel aan de Maaskant bij de Sluis geschoten werd, gebeurde het meermalen dat de bal in de Maas terecht kwam. Dat was tenslotte maar een afstand van enkele tientallen meters. Dan was het vissen geblazen en indien de wind ook nog ongunstig was kon het gebeuren dat de bal aan de overkant van de Maas gehaald moest worden. Zo is het ook wel gebeurd tijdens één der derby's tegen Rijswijkse Boys (dat was toen na de oorlog tenslotte de derby der derby's) de bal ook in de Maas geschoten werd en deze werd door de wind landafwaarts gedreven. Toen had Sparta een probleem, want er was maar één bal aanwezig, dus de wedstrijd moest stop gelegd worden wegens gebrek aan een bal. Dat werd echter opgelost, want Rijswijkse Boys was bereid om in Rijswijk een bal te gaan halen, waarmee verder gespeeld kon worden. Zo gebeurde en na een oponthoud van laten we zeggen een half uur kon er verder gespeeld worden. Zou je nu eens om moeten komen.
Ook is het voorgekomen dat een schipper een bal oppikte en meenam. Er achteraan en pas in Veen bij de pont kon de bal weer in eigendom genomen worden.

Naar de Rietdijk
In 1965 kwam er een eind aan het verblijf op de Zandplaat aan de Sluis en kon het voetbalveld aan De Rietdijk bespeeld gaan worden. Dat veld werd door de toenmalige voorzitter Piet van den Hoek van de afdeling Dordrecht geopend. Voor Arie van Rijswijk werd het bespelen van het nieuwe veld behoorlijk overschaduwd. Op de eerste trainingsavond in november, het veld was nat en glad, kwam hij bij een oefenpartijtje ongelukkig in botsing met de knie van Arnold van Andel. "Krak" zei het scheenbeen. Zowel Arie van Rijswijk, Joost Schmidt als Arnold van Andel kunnen zich dat nog als de dag van gisteren herinneren en horen nog steeds in hun gedachten het brekende scheenbeen. Arie heeft later nog wel kunnen voetballen maar het werd een langdurige geschiedenis alvorens het scheenbeen voldoende genezen was. Volledige genezing is er echter nooit van gekomen aangezien de beenbreuk in het ziekenhuis enigszins onderschat werd. Gevolg was dat Arie van Rijswijk later nog diverse operaties heeft moeten ondergaan. Dat was voor het nieuwe sportterrein geen leuke start.
Wel werd er in de loop van het volgend jaar een eerste kantine op gebouwd. Een houten keet kon in Rotterdam op de kop getikt worden en deze werd daar afgebroken en op de Rietdijk weer opgebouwd waarmee de eerste kantine van Sparta '30 een feit was.

« Vorige pagina