Hieronder vindt u de geschiedenis van Sparta’30 uit Andel. Dit stuk is geschreven door Arnold van Andel en ook overgenomen uit het jubileumboek van het 75-jarig bestaan van de club.

Hoe het allemaal begon

Zelfs was er toen sprake van zondagvoetbal

Driekwart eeuw geleden voelden een aantal jongelui de behoefte om ook in Andel de mogelijkheid te openen om de voetbalsport te kunnen beoefenen.

De naam Sparta
Sparta was en is een plaats in het oude Griekenland. Deze plaats stond bekend op de Spartaanse opvoeding en die opvoeding loog er niet om. De jeugd moest krijgshaftig worden en werd daarom reeds op zevenjarige leeftijd bij de ouders weggehaald en dan nam de staat de opvoeding over. Er moest geoefend worden in worstelen, zwemmen, hardlopen, speerwerpen en andere zware sporten en natuurlijk niet te vergeten de oorlogsvoering waarvan het motto was: winnen. Ook lichamelijk werden de krijgers behoorlijk onder handen genomen. Er was dus duidelijk sprake van een Spartaanse opvoeding en die zouden de voetballers van het Andelse Sparta ook moeten ondergaan.

De grote animators hierachter waren: Toon Naayen, Ot Bouman, Jan Straver, Martinus en Hendrik van Rijswijk. Zij zetten hun schouders er onder en binnen de kortst mogelijke tijd was de Andelse voetbalclub een feit. Andere mogelijkheden van vertier waren er nauwelijks zodat de oprichting van een voetbalclub een goede stap in de richting van meer vertier was. Voordien zou er ook al wel gevoetbald zijn, maar dat gebeurde op ongeorganiseerde basis. Zelfs was er toen sprake van zondagvoetbal, wat niet te verwonderen was want in die tijd was er echt geen vrije zaterdag zodat alleen de zondag overbleef om te voetballen. Dat gebeurde ook in Woudrichem en andere plaatsen maar al snel kwam het zaterdagvoetbal en kon er meer georganiseerd gevoetbald gaan worden. Er was toen namelijk ook al de Dordtse voetbalbond. De naam van de voetbalclub was snel gevonden want dat werd Sparta. De club die er voor de officiële oprichting ook al geweest zou zijn heette ook Sparta zodat dit een voortzetting was van laten we zeggen het zondagvoetbal in Andel.

Het voetbalveld

Voor 25 gulden per jaar, inclusief koeienvlaaien…

De club was er, de naam was er maar nu nog het terrein. Dat was een moeilijkheid want wie was er bereid om een stuk weiland af te staan aan een stel opgeschoten jongens die wilden gaan voetballen. Men kwam tenslotte bij de Sluis terecht op een stuk terrein tussen de destijds gegraven Maas, waarin de Wilhelminasluis werd aangelegd, en de arm van de Afgedamde Maas. Zodoende werd de Zandplaat het officiële voetbalveld van Sparta. Dat was echter terrein van de Domeinen en werd verhuurd aan een boer uit Wijk. Die wilde voor een bedrag van fl. 25,00 per jaar wel een stuk verhuren om te voetballen. Dat probleem leek opgelost maar toen de Domeinen er achter kwamen dat de boer een stuk onderverhuurd had, wat niet toegestaan was, kwam er dus een nieuw probleem. Uiteindelijk werd er toch een oplossing gevonden en kon de voetbalclub Sparta rechtstreeks een stuk huren dat als voetbalveld gebruikt kon worden. De boer kon overigens het veld wel blijven gebruiken voor zijn koeien en dat had vaak toch consequenties voor de voetballers. Voor een voetbalwedstrijd moest er altijd eerst tijd genomen worden om het veld vrij te maken van koeienvlaaien. Daar werd echter niet om getreurd. Belangrijkste was dat de mooie en gezellige voetbalsport in clubverband uitgeoefend kon worden. En dat nu al 75 jaar lang.

Een kuil als kleedkamer
Het allereerste kleedlokaal In de periode voor de oorlog kreeg Sparta ook de beschikking over een eenvoudige kleedaccommodatie. Daarvoor was een kuil de plaats waar de kleding van de spelers neergelegd werd. De wasgelegenheid was de Maas. Lang speelde Sparta in de Dordtse (kolen)bond een zomercompetitie. Zodoende kon meermalen toch gebruik gemaakt worden van de Maas om het zand van de lichamen af te spoelen. Verder was het natuurlijk niet ideaal, maar in zulke gevallen breekt nood wet.
Een aparte ruimte voor de scheidsrechter was er ook nog niet en die moest zich dan maar omkleden in de kleedruimte van de thuisspelende ploeg, dus temidden van de Spartanen. Het is mij niet bekend of het wel eens fout is gegaan bij een verkeerde beslissing van de arbiter. Ik denk echter dat men toen gemoedelijker was en meer respect had voor de scheidsrechter dan tegenwoordig.

De bal is rond, toch…?
De ballen waarmee gespeeld moest worden waren in die tijd ook niet alles. Dat waren leren ballen met een opblaasbare binnenbal. Als die ballen ook nog eens nat werden waren het loodzware dingen en dat kwam het spel niet ten goede. De sluiting van de buitenbal bestond uit een veter die strak aangetrokken moest worden. Het was geen pretje om die bal te koppen en als je dan het ongeluk had om net de veter op je hoofd te krijgen was het helemaal prijs. Overigens beschikte een club toen niet over een veelheid van ballen. Meestal waren het maar twee of hoogstens drie ballen. Ging er dan één kapot dan kon het wel eens misgaan en zeker op het terrein van Sparta op de Zandplaat bij de Sluis. Als er op doel aan de Maaskant bij de Sluis geschoten werd, gebeurde het meermalen dat de bal in de Maas terecht kwam. Dat was tenslotte maar een afstand van enkele tientallen meters. Dan was het vissen geblazen en indien de wind ook nog ongunstig was kon het gebeuren dat de bal aan de overkant van de Maas gehaald moest worden. Zo is het ook wel gebeurd tijdens één der derby’s tegen Rijswijkse Boys (dat was toen na de oorlog tenslotte de derby der derby’s) de bal ook in de Maas geschoten werd en deze werd door de wind landafwaarts gedreven. Toen had Sparta een probleem, want er was maar één bal aanwezig, dus de wedstrijd moest stop gelegd worden wegens gebrek aan een bal. Dat werd echter opgelost, want Rijswijkse Boys was bereid om in Rijswijk een bal te gaan halen, waarmee verder gespeeld kon worden. Zo gebeurde en na een oponthoud van laten we zeggen een half uur kon er verder gespeeld worden. Zou je nu eens om moeten komen.
Ook is het voorgekomen dat een schipper een bal oppikte en meenam. Er achteraan en pas in Veen bij de pont kon de bal weer in eigendom genomen worden.

Naar de Rietdijk
In 1965 kwam er een eind aan het verblijf op de Zandplaat aan de Sluis en kon het voetbalveld aan De Rietdijk bespeeld gaan worden. Dat veld werd door de toenmalige voorzitter Piet van den Hoek van de afdeling Dordrecht geopend. Voor Arie van Rijswijk werd het bespelen van het nieuwe veld behoorlijk overschaduwd. Op de eerste trainingsavond in november, het veld was nat en glad, kwam hij bij een oefenpartijtje ongelukkig in botsing met de knie van Arnold van Andel. “Krak” zei het scheenbeen. Zowel Arie van Rijswijk, Joost Schmidt als Arnold van Andel kunnen zich dat nog als de dag van gisteren herinneren en horen nog steeds in hun gedachten het brekende scheenbeen. Arie heeft later nog wel kunnen voetballen maar het werd een langdurige geschiedenis alvorens het scheenbeen voldoende genezen was. Volledige genezing is er echter nooit van gekomen aangezien de beenbreuk in het ziekenhuis enigszins onderschat werd. Gevolg was dat Arie van Rijswijk later nog diverse operaties heeft moeten ondergaan. Dat was voor het nieuwe sportterrein geen leuke start.
Wel werd er in de loop van het volgend jaar een eerste kantine op gebouwd. Een houten keet kon in Rotterdam op de kop getikt worden en deze werd daar afgebroken en op de Rietdijk weer opgebouwd waarmee de eerste kantine van Sparta ’30 een feit was.

De Eerste Helft (1930 – 1965)

We hielden van mooi spel, al duurde dat wel eens te lang…

De eerste wedstrijd zou volgens de overlevering van Toon Naayen geweest zijn tegen Oudendijk, dat toen zelf een voetbalclub had. Verder was de spoeling nog erg dun. Er waren niet veel clubs. In de regio waren er Wilhelmina (nu’26), een paar jaar later NOAD (’32) en verder was er in Woudrichem al een Stormvogels, een club in Werkendam alsmede wat onofficiële verenigingen.

Het tenue
Van zwart-wit tot kanariegeelIn het begin speelde Sparta in witte blouses en zwarte broeken. Er wordt niet aangegeven waarom deze kleur werd gekozen maar ik neem aan dat voor het gemak was. Iedereen had wel een wit overhemd dat als shirt gebruikt kon worden, terwijl een zwarte broek ook geen onoverkomelijk probleem zou zijn. Het zou zelfs mogelijk zijn dat deze kleding vooral bij Katholieke ploegen voorgeschreven zou zijn, maar of dat dit ook op Sparta van toepassing geweest is valt te betwijfelen. Na de oorlog werd er gespeeld in zwart shirt en zwarte broek en later in oranje shirt met zwarte broek alvorens definitief werd gekozen voor het geel-zwart van de kanaries. Wel was het zo dat nog niet iedereen de beschikking had over voetbalschoenen. Dat gold zeker voor de periode voor de oorlog. Er werd dan op gewone schoenen gevoetbald. Ook was het soms zo dat een paar schoenen door twee spelers gedragen werd. Degene die links was had de linkerschoen aan en de ander uiteraard de rechterschoen.

Verder was men aangewezen op Sprang (NEO’25) en op clubs in de Alblasserwaard (Stedoco-Hoornaar en PVV-Peursum) alsmede clubs uit de Bommelerwaard (Brakel en Zuilichem).
In hoeverre er resultaten geboekt werden is niet bekend, want als gevolg van wateroverlast zijn de archiefstukken grotendeels verloren gegaan. Wat er bekend is, moest van overleveringen komen. Van de mannen van het allereerste uur zijn er geen meer die dit 75-jarig bestaan mee kunnen vieren. Van enkele jaren later zijn er nog wel onder meer Teunis Schouten en Rien Schouten. Zij kunnen zich daarover weinig herinneren. De oorlog gooide voor hen roet in het eten en toen was het met hun voetballoopbaan bij Sparta gedaan. Teunis Schouten weet nog wel dat hij eerst keeper is geweest en later linksbuiten. “Op de linkervleugel vormde ik met Johan van der Hammen een leuke vleugel. We waren vrij snel en een doorlopend gevaar voor de verdedigers van de tegenpartij. We hielden wel van mooi spel al duurde het wel eens te lang. We wilden het dan blijkbaar te mooi doen en dan was dat belangrijker dan het resultaat.” Sparta stond hoog aangeschreven want in een jubileumuitgave van NFC (Noordeloos) werd vermeld dat Sparta van de DVH (Dordrechtse Voetbalbond) een uitnodiging had ontvangen om op Tweede Paasdag 1935 tegen een bondselftal te spelen op het terrein van HBS te Hoornaar. De uitgenodigde spelers van NFC konden echter niet deelnemen aan die wedstrijd aangezien NFC zelf een toernooi had op die Tweede Paasdag. In hoeverre de bondswedstrijd van Sparta wel gespeeld is vermeldt de geschiedenis echter niet.

Na de Oorlog

“Ik dook en ik bleef gewoon staan”.

In de oorlog werd er niet gespeeld maar direct na de oorlog werd de draad weer opgevat. Ook schoten nu de nieuwe clubs als paddestoelen uit de grond. Al snel kon weer gestart worden met een competitie. Sparta kreeg meer elftallen en zelfs een juniorenteam terwijl ook de eerste echte trainer, weliswaar onbetaald, uit Brakel aangetrokken kon worden.
Naast de zomercompetitie die in de afdeling Dordrecht werd gespeeld, werden er ook veelvuldig toernooien georganiseerd. Zo stond Sparta ook bekend om het Kersttoernooi dat op Tweede Kerstdag werd georganiseerd. Bij de Andelse voetbalclub was dat mogelijk omdat op het terrein aan de Sluis nooit geen wateroverlast was of het moest zijn dat de Maas buiten haar oevers trad, want dan stond het zanderige veld al snel onder water.

De eerste betaalde trainer
Wedstrijdbespreking in de kroegSparta had inmiddels ook de eerste officiële bezoldigde trainer. Dat was Pietje Kuypers uit Gorcum die de Spartanen de kunst van het edele voetbalspel bij moest gaan brengen. Deze moest dan met een keuzecommissie een elftal samenstellen. Een keuzecommissie telde drie heren die de talenten van de spelers konden beoordelen en welke spelers er dan in de respectievelijke elftallen opgesteld dienden te worden. Dit wel in samenwerking met de trainer. Het valt te begrijpen dat daar over nog wel eens verschillen van inzicht waren. Later werd dit uitsluitend een werk van de trainer eventueel met advies van de elftalleider.
Een speciale trainer was in de jaren zestig veearts Jan Wulffraat. Deze kwam uit het Noord-Hollandse Kennemerland en heeft bij Sparta ‘30 enkele jaren getraind en meegespeeld.
Hij had duidelijk overwicht op het elftal. Door zijn werkzaamheden kwam het meermalen voor dat hij niet bij de wedstrijd aanwezig kon zijn. Wist hij dit van tevoren dan kreeg de aanvoerder een brief met instructies mee die dan voorgelezen moesten worden. Ook hoefde hij zich maar op de Sluisdijk bij het Sparta-veld te laten zien of horen of dit had al direct invloed op de inzet en het spel van de Spartanen. Ook zijn aanpak van trainen was bijzonder. Diverse malen kwam het voor dat de selectie van het eerste elftal op vrijdagavond in de cafetaria van Koen Duister in de Gezetstraat (de huidige Neks) bijeenkwam om de tactiek van de volgende dag te bespreken. Dit werd dan gedaan aan de hand van een Subuteo tafelvoetbalspel wat in het bezit was van één van de spelers.

Een bijzonder representatief elftal
In de periode van 1950-1955 had Sparta zonder meer een representatief en talentvol elftal met Cees den Dekker, Gerrit Vos, Henk van Noorloos, Leen Kraay, Bas Crielaard, Joost Schmidt, Anton Zegwaard, Jaap Zegwaard, Aart van Rijswijk, Izaak Sonneveld en Paul van Tilborg. “Waar dat aan gelegen heeft zou ik zo niet kunnen zeggen” aldus oud-preses Joost Schmidt. “Je had wel te maken met een competitie waarin 2e elftallen van Wilhelmina’26, Altena, Woudrichem en zelfs een 3e team van Kozakken Boys uitkwamen. Juist tegen die ploegen lieten we punten liggen en mogelijk was dat nog een gevolg van de zomercompetitie die wij draaiden. Die teams konden in zo’n geval putten uit reserves of spelers van het eerste team dat in een wintercompetitie speelde. Verder heeft het natuurlijk ook aan ons gelegen want ik denk dat we net wat tekort kwamen om kampioen te worden. Wel zijn we een paar keer dichtbij geweest maar dan ging het toch weer fout. Er moest ook veel tegen ploegen van achter Gorcum gespeeld worden en dat waren nou niet direct de ploegen die de Andelnaren lagen. Ook daar wilde het nog wel eens fout gaan.” De Spartanen waren gewend op een zanderig veld te spelen en daar waren de velden veelal op een weiland van zware klei gelegen. Dat viel dus niet mee. Gerrit Vos herinnert zich uit die tijd ook de gevleugelde uitspraak van doelman Cees den Dekker (bijgenaamd de Krits) tijdens een wedstrijd tegen Noordeloos of Peursum. De bal werd op doel geschoten en de Sparta-doelman wilde naar de bal duiken. Dat mislukte en nu is het niet bekend of het wel of geen doelpunt werd maar de doelman mopperde wel. Hij bleef als genageld in de modder steken en riep uit: “Ik dook en ik bleef gewoon staan”.

Voetbaluitstapjes

Het nuttige met het aangename verenigen

Tevens werd er in die jaren ook voetbaluitstapjes gemaakt naar onder meer Den Haag en omgeving en Zeeland.

Het clubblad
Persoonlijke uitnodigingen om aan de wedstrijd deel te nemenIn de vijftiger jaren was Sparta zelfs al een clubblad rijk. Onder redactie van Anton Zegwaard en met medewerking van enkele leden kwam er elke week een blaadje uit. Daarin de voetbalverslagen van de elftallen, de standen en wat wetenswaardigheden. Belangrijkste was echter dat in dat blad ’t Voetbalkraantje’ genaamd ook de opstellingen van de elftallen voor de komende zaterdag werden opgenomen. Het was dus van belang dat dat blad ook elke week bezorgd werd. Voordien werden er convocatiekaarten, zogenaamde uitnodigingen om aan een wedstrijd deel te nemen, bij de spelers bezorgd. Helaas was deze eerste editie van ‘t Voetbalkraantje geen lang leven beschoren. Reden voor Joost Schmidt en Arie van Rijswijk het blad nieuw leven in te blazen. Ook dat mocht helaas geen jaren standhouden zodat ‘t Voetbalkraantje na verloop van tijd weer ter ziele ging.
Inmiddels mogen we nu al weer vanaf 1982 genieten van onze Spartaan. Een clubblad dat zijn plaats veroverd heeft in de vereniging en daaruit niet meer weg te denken is.

Bij Den Haag werd een wedstrijd gespeeld tegen DSO uit Zoetermeer terwijl in Zeeland gespeeld werd tegen VCK uit Koudekerke. Het nuttige werd met het aangename verenigd want naast het voetballen werd onder meer Den Haag en de Pier van Scheveningen bezocht, terwijl in Zeeland een bezoek gebracht werd aan onder meer Vlissingen met het standbeeld van Michiel de Ruyter.
Ook in de vroege vijftiger jaren werd deelgenomen aan een toernooi in Wieldrecht waar ook Rijswijkse Boys speelde. Hoe de reis daarnaar toegemaakt is weet ik niet maar ik kan me voorstellen dat die reis toen gezamenlijk met een bus gemaakt werd. Als ik het me goed kan herinneren was dat op een hemelvaartsdag. Sparta speelde daar ook tegen Rijswijkse Boys en voor Gerrit Vos was dat een onvergetelijke gebeurtenis. De rivaliteit tussen Sparta en Rijswijkse Boys was toen erg groot. Rijswijkse Boys telde klasse spelers als doelman Cor Nieuwenhuizen, de gebroeders Jan en Peter van de Oever, Anton Verhey, spits Jan Schouten en niet te vergeten Elie Lievaart. Gerrit Vos daarover:
“Hij beging een overtreding tegen mij en ik mocht de vrije trap nemen. Hard en hoog schoot ik de bal in het doel en dat gaf toch veel voldoening om dan als back en nog wel tegen Rijswijkse Boys te scoren. Of we die wedstrijd nou gewonnen of verloren hebben weet ik echt niet meer.”
Voor mijzelf weet ik nog wel dat Sparta twee supporters had in Wieldrecht en dat waren Arie van Andel en deze schrijver.

Lang wachten op het eerste kampioenschap van het vlaggenschip
Er werd nu volop competitie gespeeld, maar waarom het nog tot 1964 heeft geduurd alvorens voor de eerste maal in de geschiedenis van Sparta het eerste elftal een kampioenschap kon vieren, zal wel een vraagteken blijven. Wel konden enkele lagere elftallen en junioren de kampioensvlag eens hijsen maar voor het eerste elftal kon zo’n heuglijk feit pas in 1964 gevierd worden. Sparta kreeg een diploma voor het behalen van het kampioenschap in de 2e klas B zaterdagvoetbal Gorinchem en omstreken. De legendarische afdelingsvoorzitter L. van Harten heeft dat diploma nog ondertekend.

De Tweede Helft (vanaf 1965)

Sparta werd Sparta ’30

Eigenlijk is het zo dat de geschiedenis van Sparta in twee helften, net als bij een voetbalwedstrijd, te verdelen is. De eerste helft duurde 35 jaar tot het jaar 1965. Een eerste helft zonder al teveel hoogtepunten. De bouw van de kantine Een vlakke periode die eindigde toen voor de eerste maal, zoals eerder gememoreerd, een kampioenschap behaald werd in de tweede klas van de afdeling Dordrecht en promoveerde Sparta naar de eerste klas. Tevens werd als bekroning op dit kampioenschap de Zandplaat aan de Sluis vaarwel gezegd en kon Sparta gaan spelen op het terrein aan de Rietdijk. Vanaf toen is Sparta een beetje in een stroomversnelling geraakt en volgde er een turbulente tweede helft. Een nieuwe generatie spelers had het roer overgenomen en kon gaan werken aan de verdere opbouw van Sparta, waarvan de naam op last van het hoofdbestuur van de KNVB inmiddels gewijzigd moest worden. Er mocht van de KNVB maar één vereniging met de naam Sparta spelen en in dit geval kon Sparta Andel dus niet tornen aan de naam van de voetbalvrienden uit Rotterdam. Zij konden uiteraard meer aanspraak maken op de naam Sparta dan de Andelnaren. Wat was dan eenvoudiger om te kiezen voor Sparta ‘30. Dit gaf tenslotte gelijk ook het jaar van de oprichting aan. Een gegeven waarop men in Andel toch wel trots mag zijn.

De Wollencamp toneel voor heroïsche wedstrijd
Buiten de eigen wedstrijden op het sportpark De Wollencamp, later dus de Jan Claessenhof, was er een opvallende wedstrijd. Dat was in de tachtiger jaren de beslissingswedstrijd om het kampioenschap in de derde klas voor promotie naar de tweede klas tussen NOAD’32 – Herovina. Het werd een geweldige happening met zo’n 1.500 toeschouwers en een schitterende wedstrijd. Enorm veel spanning, inzet en emotie die zijn hoogtepunt kreeg in de verlenging toen NOAD’32 doelman Rinus de Waal vlak voor tijd de bal bij een vrij eenvoudige inzet onder zijn lichaam door liet schieten en Herovina daarmee de promotie bezorgde.

Turbulente tijden
De turbulentie in de volgende periode zat hem in het op en neergaan van de prestaties van de Spartanen. Na het eerste kampioenschap van 1964 volgde in 1975 een tweede kampioenschap, waarbij Sparta de afdeling Dordrecht kon verlaten en zich kon scharen bij de clubs van de grote KNVB. Overigens kon Sparta daarbij net de dans van een te vormen hoofdklasse in de afdeling Dordrecht ontspringen. In dat jaar werd er namelijk een hoofdklasse gevormd uit de hooggeplaatste ploegen van de twee eerste klassen. De kampioenen promoveerden naar de KNVB, waartoe dus Sparta behoorde.

Sparta ’30 derdeklasser!
Na slechts drie jaren volgde er weer een kampioenschap en promoveerde Sparta naar de derde klasse KNVB. In de beslissende wedstrijd tegen Seolto in Zevenbergen schreef Arie van Heyningen historie. Sparta moest winnen om kampioen te worden en stond tot vlak voor tijd nog op 1-1. Een wanhoopsschot van de geblokte verdediger van Sparta betekende een doelpunt en tevens dolle vreugde in het Sparta-kamp. Sparta was derdeklasser. Een ongekend resultaat!

Jubileumjaar 1980: Sparta ’30 legt Oranje het vuur aan de schenen: 1-2
Twee jaar volgde de verhuizing van de Rietdijk naar het huidige sportcomplex de Jan Claessenhof. Dit sportpark werd in juni 1980 geopend met een wedstrijd tegen de oud-internationals waarbij mevrouw Jungerius, toen leidster van de Sparta-pupillen, de aftrap verrichtte. De Spartanen verloren deze wedstrijd overigens met 2-1 van de oranjemannen. In het jaar na de opening van het nieuwe sportpark raakte Sparta in een vrije val, die eindigde in de tweede klasse van de afdeling Dordrecht en na enkele jaren, na de fusie van de afdelingen met de KNVB, in de vijfde klas.

Van de jaren 90 naar het nieuwe millennium
Sparta groeide toch tegen de verdrukking in want inmiddels was er ook een dameselftal evenals een G-team opgericht, waarmee Sparta in dat opzicht het initiatief nam in de regio.
In 1994 volgde na zestien jaar weer een kampioenschap in de 2e klasse, afdeling Dordrecht. In het seizoen 2001/2002 werd het kampioenschap in de vierde klasse behaald en promoveerde Sparta ’30 naar de derde klasse KNVB.

Door Arnold van Andel